Daklozengeluk een sprookje?

07-05-2012 17:34

 

Er was eens een vrouw die in een hijskraan woonde. Zij woonde daar wel vijftien jaar, op een verlaten industrieterrein aan het randje van een grote stad. En zij waste zich in het IJ, het water dat de stad in tweeën deelde. Twee keer per week kwam de soepbus langs met heerlijke broodjes en hete koffie met melk die smaakte als honing, alsof God 'm in de de hemel zelf had gemaakt. Mannen kwamen en gingen, maar de vrouw bleef en was niet weg te slaan...

 

Dit sprookje is feitelijk een waargebeurd verhaal, waarmee de hoofpersoon in 2012 naar buiten trad in Z! de Amsterdamse daklozenkrant. Mijn werk over de daklozenopvang bevat meer van dit soort moderne sprookjes. Dak- en thuislozen staan vaak model voor de levenskracht en authenticiteit waar wij allemaal, diep in ons aangepaste burgerhart, naar verlangen. Wel komen de meesten van deze authentieke mede-burgers vroeger of later in de maatschappelijke opvang terecht.

 

Zinvol

Vier grote steden, waaronder Amsterdam, besloten in 2008, vlak voor de kredietcrisis, de zichtbaar groeiende dakloosheid op straat een halt toe te roepen. Met een zak extra geld konden de opvangorganisaties aan de slag. En sindsdien lopen er minder daklozen op straat. Wat is er met deze mensen gebeurd? Zijn zij daadwerkelijk onder dak gebracht? En waar houden zij zich zoal mee bezig? Deze vragen wilden wij op de redactie van Z! graag beantwoord zien.

 

Daklozengeluk bleek te vinden in verrassend veel nieuwe initiatieven. 'De kern is nu: hoe krijg je mensen ertoe op een zinvolle manier hun dag door te brengen,' zegt bestuursvoorzitter Jaap Fransman van HVO-Querido, de grootste instelling voor daklozenopvang in Amsterdam. De meeste klanten van de maatschappelijke opvang, werken tegenwoordig, of doen op zijn minst aan dagbesteding. Zij krijgen hiervoor een kleine vrijwilligersvergoeding per dagdeel en maken zich nuttig in veegploegen, muziek- of filmschool, uitgeverij, wasserette, restaurant De Prael, reisbureau Magic Bus, zorgboerderij en schrijfclub. Gelukkig leven er op straat ook schrijvers en dichters, die vanuit de schrijfclub Kantlijn rechtstreeks over hun werelden berichten.

 

Johan

Het kan ons allemaal overkomen, de grens is maar heel erg dun. 'Je begint altijd bij familie en vrienden als je dakloos word, maar dat houdt een keer op', vertelt Johan. De blozende ex-ambtenaar, een van de vele 'slachtoffers van het neo-liberalisme', werkte twintig jaar bij een gemeentelijke dienst, maar stond na privatisering 'vijf reorganisaties later' ineens op straat. 'Ik was mijn huis kwijt voordat-ik het zelf in de gaten had. Heel langzaam zak je af', vertelt hij in Je Eigen Stek, de enige opvang voor daklozen zonder een sociaal-medische diagnose.

  

Het stigma dat aan dakloosheid kleeft is volstrekt onterecht. Zoals Bernadette, één van de weinige vrouwen in Je eigen Stek vertelt: 'Ik ben nog nooit zoveel aardige en gewone mensen tegengekomen, juist in de opvang. Ik heb er zelfs vrienden gemaakt.' Maar de realiteit is wel dat velen die op straat belanden naar drank of drugs grijpen om te overleven. De maatschappelijke opvang heeft daar van oudsher nooit moeite mee gehad. In de opvanghuizen zeiden ze tegen hun klanten: we helpen je aan onderdak, maar hou je gekte bij je en gedraag je een beetje. Dat hielp. En het helpt nog steeds. De meest onaangepaste types gedragen zich in de opvang heel behoorlijk.

 

Niet zielig

Omdat de maatschappelijke opvang de laatste jaren steeds meer (ex)patiënten van de psychiatrie overneemt, ontstaat zo langzamerhand een heel nieuw, niet-medisch circuit voor mensen die, met meer of minder begeleiding, allemaal op weg zijn naar zelfstandig wonen. 'Wij gaan uit van de herstelgedachte,' zegt Jaap Fransman. 'Mensen bij ons zijn niet zielig, het zijn gewoon mensen als jij en ik, ze hebben een probleem gekregen en zijn in een neerwaatse spiraal terecht gekomen.'

 

Inmiddels maken cliënten van de maatschappelijke opvang nu volop gebruik van hun toegenomen kansen. Vanuit eenvoudige dagbestedings-activiteiten stromen zij door naar diverse werkplekken die zij soms zelf, met steun van allerlei instanties, hebben opgezet. Zij doen horeca-ervaring op in restaurant De Prael, zetten hun kennis in als computerdeskundige in de werkplaatsen van SCIP, treden op met de professionele band Space lightning, of werken als reisleider bij de Magical Mystery Tour.  

 

Het zijn allemaal opstapjes naar een nieuwe maatschappelijk bestaan. Zoals de Marokkaanse Bouha, kok bij SCIP, zegt: 'ja, ik was de weg even helemaal kwijt. Maar met dit opstapje hoop ik over een jaar weer zelfstandig te zijn. Het gaat er vooral om dat je met zijn allen de dingen in een gemoedelijke sfeer kunt oplossen.'

 

 

reacties  0 reacties reageren