Keti koti 2022

Petra Hunsche, juni 2022. Foto: Meino Zeillemaker
Petra Hunsche, juni 2022. Foto: Meino Zeillemaker
19-06-2022 16:02

Voor mijn vader

  

 

Op 7 januari 1969 overleed mijn moeder, gesloopt na een driejarige – toen nog onbespreekbare – strijd tegen kanker. Wij bleven radeloos achter. Verweesd. Negen maanden eerder, op 4 april 1968, was Martin Luther King vermoord. Mijn vader draaide zondags non-stop begrafenismarsen van de Eureka Brass Band op zijn bakkelieten LP’s uit New Orleans, slechts onderbroken door de vijfde van Beethoven. Ik misdroeg me op het schoolplein. Twee meisjes uit de vijfde klas HBS vonden mij duidelijk grappig. Ze pikten mij eruit. Ik zat twee klassen lager, maar we raakten bevriend. Eén van die meisjes was Patty Gomes.

 

Ik was net vijftien, zij zeventien en ik aanbad haar, beeldschoon als ze was in haar hippiekleren van het Waterlooplein. Even tenger en elegant gekleed als mijn verdwenen moeder en met een weergaloze lach. Mijn diep bedroefde vader lichtte helemaal op toen ik haar voor het eerst meenam naar het krakende dijkhuis waar wij, afkomstig van over het IJ, sinds twee jaar woonden. Niet veel later stapten we op de bus naar haar huis, waar ik voor het eerst die typisch Afro-Surinaamse geur van stokvis vermengd met kokosolie rook.

 

Ruim tien jaar eerder, op 1 december 1955, had de burgerrechtenactiviste Rosa Parks in de bus in Alabama (VS) geweigerd op te staan voor een ‘blanke’ medepassagier, zoals de racistische wetgeving toen voorschreef. Al aan de Amsterdamse Prinsengracht, waar ik in 1954 werd geboren, volgden wij de zwarte Amerikaanse strijd om burgerrechten. Maar pas op het moment dat ik met Patty in Nieuwendam op de bus stapte schrok ik wakker. Amsterdam Noord was witter dan wit. Patty en haar familie behoorden tot de eerste Surinamers die in het wat achterlijke stadsdeel waren neergestreken.

 

Bijna vanzelfsprekend liet ik de mooie en trotse Patty voorgaan toen we instapten. Haar worteldoek van het Waterlooplein elegant omgeslagen over haar laaguitgesneden T-shirt op een zwierige hippierok. Uitdagende kleding voor die tijd, dat wel. Terwijl zij doorliep naar achteren ving ik de misprijzende blikken van al die stijfburgelijk geklede huisvrouwen op. Onbeschaamd werd zij van onder tot boven bekeken. Maar vooral de gezichten van de mannen schokten mij. Ik zag haat, vermengd met wellust, ik geloof dat ik nog nooit zo bang ben geweest. Ik liet niets merken.

 

Patty verdween de zomer daarop uit mijn leven. Ze vroeg me nog wat geld te leen en vertrok met een stel hippies naar de Middellandse Zee. Het geld stuurde ze via mijn zus naar mij terug. Pas jáaaren later kwam ik Patty weer tegen in Amsterdamse muziekkringen waar we allebei in vertoefden. Ik werd journalist en schreef veel over minderheden en racisme. Zij werd moeder en ging pas later geschiedenis studeren. Zij schreef twee boeken over kolonialisme en racisme en organiseert debatten over deze thema’s.

 

We verloren elkaar nooit meer helemaal uit het oog. Laatst nog bezocht ik haar optreden in Spui25.

Zie:  Spui 25

En nu staat Patty binnenkort in de Balie. En ik sta trots op de lijst. Komt allen!

Zie: Agenda Balie

 

 

 

reacties  0 reacties reageren
« vorige volgende »